Tweede stakingsronde: hoe zat het ook alweer?

De algehele, landelijke staking in het openbaar vervoer op 30 april en 1 mei is de tweede stakingsronde waarmee het ov-personeel betere arbeidsvoorwaarden wil afdwingen. Een eerdere staking vond in januari plaats. Hoe zat dat ook alweer en wat zijn de feiten tot nu toe?

Het wantrouwen in de sector is zo groot, dat de FNV-leden niet geloofden dat de afspraken daadwerkelijk minder werkdruk zouden opleveren

Om beweging te krijgen in een lang slepend cao-overleg legden de bonden op donderdag 4 januari 2018 het regionale bus- en treinvervoer in heel Nederland plat. De actie was een succes: enkele dagen later kon al een onderhandelingsresultaat met de werkgevers worden gesloten. De belangrijkste uitkomsten waren 2 procent meer loon per 2018, 1,5 procent per 1 januari 2019 en 1,5 procent per 1 oktober 2019. Ook zouden er afspraken worden gemaakt over het aanpakken van de werkdruk.

Het geld was een struikelpunt. Te weinig, oordeelden de leden van FNV Streekvervoer. Maar nog veel zwaarder woog voor hen de aanpak van de werkdruk. Het wantrouwen in de sector is zo groot, dat de leden van de FNV-subsectorraad Streekvervoer er niet van overtuigd waren dat de afspraken daadwerkelijk tot vermindering van de werkdruk zouden leiden. Ze vonden ze te weinig concreet. Dit had als als uitkomst dat de vakbondsbestuurders het onderhandelingsresultaat met een negatief advies aan de leden voorlegden en hen vroegen of ze bereid waren actie te voeren voor betere afspraken. Ja, dat waren de leden inderdaad, zo bleek.

Regionale spoorlijnen

Overigens staakten in januari niet alleen de medewerkers in het streekvervoer. Ook het personeel van Arriva en Keolis die op het regionale spoor rijden, al dan niet in combinatie met busvervoer, legden het werk neer. Het overleg over hun nieuwe cao-Multimodaal Vervoer liep vrijwel parallel met het overleg in het streekvervoer, zij het iets later. Ongeveer 1000 werknemers vallen onder deze cao. Anders dan in het streekvervoer is het hier niet eens tot een onderhandelingsresultaat gekomen. De werkgevers wilden niet over de brug komen. Vooral het geld was een struikelblok. FNV Streekvervoer vroeg gedurende enkele jaren 3,5 procent per jaar, maar de werkgevers weigerden verder te gaan dan een eenjarige cao met een loonsverhoging van 2 procent. Dat verklaart waarom de spoormedewerkers van Arriva en Keolis ook op 30 april en 1 mei meededen.

Eén voordeel: op 30 april was de temperatuur ’s morgens vroeg een stuk aangenamer dan zoals hier op de foto in januari.

De stalling Utrecht in januari

Hoe verder?

Hoe nu verder? Onder druk wordt alles vloeibaar, luidt het gezegde. Vandaar dat namens de leden ook FNV Streekvervoer de poot stijf houdt. De bond hoopt met deze nieuwe stakingsronde de werkgevers tot het inzicht te bewegen dat hun medewerkers op zijn minst gezien en gehoord willen worden. Mét een fatsoenlijke verhoging en fors minder werkdruk. Want zoals het nu gaat, kan het echt niet langer.