Keiharde strijd voor “eigen” vakantie

Haar jongere collega’s staan er niet zo bij stil. Die vinden de bestaande vakantie- en verlofregelingen in het OV niet meer dan normaal. ‘Maar ik heb er keihard voor moeten strijden’, vertelt Marian van Roestel.

100 Procent eerste keuze

De werknemers van Arriva in Tilburg krijgen allemaal de vakantieperiode toegekend die ze als eerste keuze hebben opgegeven. ‘De wet zegt dat de tweede keuze altijd gehonoreerd moet worden’, vertelt Marian van Roestel. ‘Maar 100 procent de eerste keuze kan dus ook. Zolang de werkgever eventuele roosterproblemen maar wil oplossen. Met uitzendkrachten bijvoorbeeld. Hetzelfde geldt wat mij betreft ook voor het aanvoeren van een economische belang om géén verlof toe te kennen. Bij ons telt dat argument echt niet, hoor. Een goede werkgever moet hier gewoon op kunnen managen, zodat hij het economisch belang niet eens hoéft aan te voeren.’

Buschauffeur Marian van Roestel (Arriva, Tilburg) heeft een goed verhaal. Daarbij is ze ook een vlotte prater, dus dat verhaal rolt er als vanzelf uit. Het gaat over de rechtszaak die ze tegen haar werkgever heeft aangespannen om vakantie te kunnen opnemen wanneer dit haar het beste uitkomt. Ze won de zaak en schepte daarmee duidelijkheid voor al haar collega’s in het streekvervoer. Marian vertelt:


‘Ik werk nu 28 jaar in de sector. De eerste twintig jaar daarvan kon je vanwege het roulerende blokkensysteem bij wijze van spreken al vijf jaar van tevoren zien in welk jaar je wanneer op vakantie kon. Of beter gezegd: op vakantie moest. Want soms wilde ik helemaal niet op een bepaald moment. Omdat het niet paste. Mijn man werkt in de bouw en zit ook vast aan een bepaalde periode. Zo gebeurde het nogal eens dat we niet samen met de kinderen weg konden, in ieder geval niet twee weken.’

‘In 2001 verscheen de nieuwe vakantiewetgeving waarin stond dat werknemers de mogelijkheid moesten hebben om hun wettelijke vakantiedagen vrij te kunnen opnemen. Ik heb dat toen op het werk besproken, maar werd weggewimpeld. Tot ik in 2008 in de OR kwam. Dat was bij toen nog Veolia. Ik dacht: Hier ga ik het regelen!. Maar nee, hoor, die OR had daar helemaal geen zin in. Ze vonden het blokkensysteem kennelijk wel best.’

‘Op een cursus over de vakantiewetgeving kreeg ik van de cursusleider volkomen gelijk. Daarop heb ik vijf collega’s benaderd om samen vakantiedagen op de vragen op momenten die we zelf wilden. Veolia speelde het spel echter anders en kwam mijn collega’s op kleine onderdelen tegemoet, waardoor zij zich terugtrokken en ik weer alleen stond.’

‘Uiteindelijk ben ik naar de rechter gestapt. Met een advocaat van de FNV en een juridisch ondersteuner van de OR. Dat was in 2010. In de hal probeerde Veolia nog wat met me te regelen en een schikking te treffen, maar daar ben ik niet op in gegaan. Mijn man had al zeker een week vakantie en ik wilde duidelijkheid hebben. Liefst per direct, want dan konden we nog samen weg. Veolia probeerde de zaak nog te rekken, maar daar trapte de rechter niet in. Hij deed binnen nog geen week uitspraak. Ik kon op vakantie – we hadden nog één week samen over – en OV-land stond op z’n kop!’


Inmiddels had Van Roestel zich door al het gedoe ontwikkeld tot een deskundige op dit gebied. Dat was ook haar werkgever opgevallen. Die toonde zich een goede verliezer door haar na de rechtszaak te vragen de vakantie- en verlofregeling voor 2011 op te stellen. Ze vertelt verder:

‘De OR twijfelde nog steeds en vreesde dat iedereen voor de zelfde periode vakantie zou aanvragen. Maar dat bleek dus helemaal niet zo te zijn, omdat nu eenmaal niet iedereen in het hoogseizoen weg wil.’

‘Het kwartje bij mijn collega’s viel pas echt toen iedereen tegen het einde van het jaar een briefje kreeg met het verzoek de vakantievoorkeuren in te vullen, inclusief de garantie dat de werkgever binnen twee weken zou reageren en dat de vakantie vanaf dat moment gegarandeerd was. Iedereen was door dolle heen.’

‘Ik heb ook nog een verlofboekje gemaakt en dat opgestuurd naar andere ondernemingsraden. Veel OV-bedrijven hebben dat opgepakt, soms met een eigen draai aan de regeling. Daarmee is het voor heel veel mensen mogelijk geworden om hun eigen vakantie- en verlofwensen te kunnen realiseren. Voor een belangrijk deel vrij opneembaar en gegarandeerd. Dat is toch mooi?!’

‘Het eerste dat we hebben gedaan bij de overgang naar Arriva, was de eis neerleggen dat we onze eigen vakantie- en verlofregeling zouden behouden. Jonge collega’s staan er niet zo bij stil; die vinden wat ze krijgen niet meer dan normaal. Maar hier is heel wat aan vooraf gegaan.’