Mobiliteitspakket voor OV
blijft knagen

Goed nieuws: er komen voorlopig geen nieuwe (slechtere) Europese regels voor het streekvervoer. Maar de kou is nog niet helemaal uit de lucht.

Er is iets vreemd gebeurd in Brussel. De Europese Commissie is verdeeld geraakt over het Mobiliteitspakket en heeft het terugverwezen naar de Europese Ministerraad. Maar die heeft de tijd niet meer om vóór het reces van het Europees Parlement in maart met concrete voorstellen te komen. Daardoor moet het onderwerp over de Europese verkiezingen getild worden. Tegen de tijd dat het Mobiliteitspakket dan weer wel kan worden behandeld, zit er een nieuw Europees Parlement, met mogelijk heel andere wensen.

Enfin, en dit is het goede nieuwe nieuws: nieuwe Europese regels voor alles wat beroepsmatig op de weg rijdt zijn voorlopig van de baan. Ongeacht of het nu gaat om het vervoer van goederen of passagiers. Want daar ging het Mobiliteitspakket over. Denk bijvoorbeeld aan ruimere regels rond rijtijden en wie wat mag rijden. Ook aanvullende nationale wetgeving zou niet meer mogen. Dat zou het einde betekenen van de Wet Personenvervoer 2000, waarin de overgang van personeel bij concessiewisselingen is opgenomen. Allemaal van de baan. Althans, voorlopig.

Er is ook minder goed nieuws. ‘Het Mobiliteitspakket 2 is wel aangenomen’, vertelt FNV-bestuurder Brigitta Paas, die namens FNV Streekvervoer de ontwikkelingen in Brussel volgt. ‘Die regelt de toegang tot de busmarkt en staat bijvoorbeeld touringcar- en taxibedrijven toe om in onderaanneming regionale busdiensten te gaan rijden. Daar zijn wij als bond op tegen. Want dat zou betekenen dat bestaande ov-bedrijven zoals Connexxion, Keolis en Arriva nog wél op concessies inschrijven, maar het werk vervolgens uitbesteden aan onderaannemers die aanzienlijk goedkoper kunnen rijden dan zijzelf.’

En dan is er nog een onzekerheid: hoe kan Europa wél Mobiliteitspakket 2 doorvoeren, als Mobiliteitspakket 1 voorlopig nog even op de plank ligt? ‘Ik weet het ook niet’, zegt Paas. ‘Voor een antwoord zullen we moeten afwachten op wat de Nederlandse regering gaat doen wanneer ze de Europese regels gaat vertalen in Nederlandse wetgeving. Dáár moeten we als bond bij zijn, want we willen geen onderaanneming en oneerlijke buitenlandse concurrentie.’

Moraal van het verhaal: nieuwe Europese regels die slecht uitpakken voor het Nederlandse streekvervoer zijn voorlopig niet aan de orde, maar helemaal uit het zicht verdwenen zijn ze nog altijd niet. Of zoals Paas het samenvat: ‘Ik ben gematigd positief, maar absolute zekerheid dat het ov in ons land blijft functioneren zoals het nu functioneert hebben we nog altijd niet.’