Drukt Bijlage 35
de werkdruk?

In de strijd tegen de werkdruk in het streekvervoer is de plaspauze een speerpunt geworden die eindeloze discussies tussen werkgevers en werknemers veroorzaakt. Hoe is de situatie in het land?

“Iedere chauffeursdienst bevat uiterlijk na 2,5 uur een reële mogelijkheid voor een sanitaire stop.”

Deze zin in bijlage 35 bij de nieuwe cao voor het openbaar vervoer (2018-2020) laat aan duidelijk niets te wensen over. Zou je denken. Maar wat is “reëel” en waaruit bestaat die “mogelijkheid”? Is dit laatste een “onderbreking” of een “pauze”? Of wordt hier misschien “de daadwerkelijke aanwezigheid van een toilet” bedoeld?

Dat een ogenschijnlijk zó eenvoudige zin zóveel vragen kan oproepen. Maar dat is het geval en het streekvervoer worstelt er behoorlijk mee. De werkgevers en werknemers kunnen het maar niet eens worden over de precieze invulling van die “reële mogelijkheid”, zo blijkt bij navraag bij verschillende busbedrijven.

‘Zó verschillend’

In het kort de stand van zaken in het land ten tijde van het schrijven dit artikel: de ene ondernemingsraad is naar de rechter gestapt, de ander overweegt het, een derde is nog aan het wikken en wegen en de vierde heeft wél al ingestemd met het nieuwe dienstrooster. De verschillen bestaan niet tussen busondernemingen, maar komen zelfs binnen één en hetzelfde bedrijf voor. De or van Keolis in Almere heeft op advies van de roostercommissie de nieuwe dienstroosters afgekeurd en overlegt inmiddels met een jurist, terwijl de collega’s in Utrecht en Amersfoort wél hebben ingestemd met de dienstroosters voor hun regio’s.


‘Het is zó verschillend allemaal, daar word je helemaal gek van’, concludeert buschauffeur Ineke Schaapherder.

Ook bij Arriva zijn verspreid door het land totaal verschillende uitkomsten te zien, vertelt buschauffeur en or-lid Joep Severins. ‘De dienstroosters worden regionaal vastgesteld. De vestigingsmanager komt met een voorstel en de vestigingscommissie moet dat goed- of afkeuren. Maar de ene regio is de andere niet. En dus is bijvoorbeeld Friesland wel akkoord, Leiden niet en zijn diverse vestgingen in Brabant naar de rechter gestapt.’tis.

Bernadette Voortwijs

Wat is reëel?

De discussie draait om de vraag wat mag worden verstaan onder een reële werkdruk verlagende onderbreking. ‘De leiding van EBS vindt twee minuten reëel’, vertelt or-voorzitter Ruud Navis. ‘Wij vinden dat niet en zijn naar de rechter gestapt. Niet omdat we dat zo graag willen, integendeel zelfs. Ik draai nu twintig jaar mee in de medezeggenschap maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Discussiëren over een paar minuten om naar het toilet te kunnen! Ook als de rechter ons gelijk geeft, zal ik me nog geen winnaar voelen.’

Volgens Navis had een hoop ellende voorkomen kunnen worden als EBS bijvoorbeeld vier minuten had voorgesteld. ‘Dan waren we waarschijnlijk akkoord gegaan. Met die vier minuten hadden we mogelijk de ene locatie tekort gedaan, maar dan was het bij de ander ruimer geweest.’

Dit laatste vindt Bernadette Voortwijs ook. ‘Fatsoenlijk parkeren, naar het toilet, handen wassen, teruglopen naar je bus; dan ben je al gauw drie tot vijf minuten verder’, aldus de buschauffeur bij Connexxion in Zeeland.

Ook bij Qbuzz is uitgebreid gediscussieerd over wat een reële werkonderbreking is, maar uiteindelijk heeft het bedrijf de dienstroosters aangepast en heeft de keuringscommissie de or een positief advies gegeven om er mee in te stemmen. ‘Qbuzz vond aanvankelijk ook één minuut reëel’, zegt or-voorzitter Kees de Bruin. Daar hebben we het over gehad en nu ligt er een pakket dat redelijk voelt en gevoelsmatig ruimte geeft, maar dan niet als geoormerkte tijd. We kunnen het bedrijf er niet aan binden, want niets is vastgelegd. Terwijl wij dat juist wél willen. Maar goed, we kunnen even vooruit.’

Totaal anders is de situatie bij Hermes. ‘Onze bestuurder zat aan tafel toen het cao-akkoord werd afgesloten en heeft de tekst zelf mede opgesteld’, vertelt or-voorzitter Maarten Sweep. ‘Hij heeft de cao-tekst vervolgens ingekopieerd in onze werktijdenregeling en zegt dat hij daarmee aan de cao voldoet. De reële onderbreking staat namelijk niet omschreven, hij heeft kleine aanpassingen gedaan en dat is het. Bijlage 35 heeft ons al met al helemaal niets opgeleverd.’

Realiteit in de roosters

Het gros van de geïnterviewden heeft een voorkeur voor een landelijke regeling. Maar zo is Bijlage 35 eigenlijk niet bedoeld, legt FNV-bestuurder Brigitta Paas uit. ‘Het doel is maatwerk te kunnen leveren, omdat situaties regionaal totaal kunnen verschillen. Op de ene locatie moet de chauffeur een tijdje lopen om bij een toilet te komen, terwijl hij of zij op de andere locatie bij wijze van spreken zo vanuit de bus het toilet in kan stappen. Het is fout gegaan omdat de werkgevers nogal eens de neiging hebben dingen zó op te schrijven, dat niemand meer weet wat daar nu eigenlijk staat. Maar daar moeten we het dan wel mee doen. Ik ook.’

Paas doet er alles aan om de werkgevers alsnog te laten meewerken aan eerlijke oplossingen. ‘Daar horen goede rijtijdmetingen bij, evenals gedegen inventarisaties van waar de druk nu werkelijk ligt. Op basis van de uitkomsten moeten de diensten vervolgens leeftijdsbewust en ergonomisch worden gepland. Daarmee brengen we meer realiteit in de roosters. En realiteit hebben we meer nodig dan iedereen in het hele land op een zelfde moment een zelfde aantal minuten voor toiletbezoek te geven.’

Ze benadrukt het nog maar een keer: ‘De werkdruk is ontstaan door tien jaar marktwerking. Dat kunnen we niet in één cao-ronde ongedaan maken. Het zal de komende jaren op de agenda blijven staan. Het gaat mij daarbij niet om de plaspauze op zich, maar om de werkdruk als geheel. Dit wordt wat mij betreft al bij de eerstkomende cao-onderhandelingen het hoofdthema. Zodat buschauffeurs het met plezier lang kunnen volhouden in hun vak.’