Schone werkplek slachtoffer van bezuinigingen

Goed om te weten: net als het recht op een veilige werkplek heeft iedere buschauffeur ook recht op een schone werkplek. Zowel in de bus als daarbuiten. Advies voor chauffeurs die dit niet hebben: trek aan de bel!

Valt een achtergelaten klokhuis ook onder vakbondswerk? Wél als-ie rondslingert in de buscabine en de appel niét is opgegeten door de chauffeur achter het stuur maar door een collega die daar eerder zat. En dan is dit een nog relatief onschuldig voorbeeld. De vakbondsbestuurders van FNV Streekvervoer horen verhalen over viezigheid op de werkplek die er niet om liegen. Vuile koffieautomaten, nog viezere toiletten en chauffeurs die niet meer in hun ogen durven wrijven nadat ze het stuur hebben aangeraakt.

De werkgevers in het streekvervoer bezuinigen op zo’n beetje alles, en dus ook op de schoonmaak van de buscabine, de personeelskantine en de eindhaltekantines. Niettemin hebben ze zich nog altijd aan de Arbowet te houden die voorschrijft dat een veilige en gezonde werkplek gewaarborgd dient te zijn. De werkgever dient de boel zodanig te organiseren, dat de aanwezigheid van ziekmakende bacteriën en virussen zoveel mogelijk wordt voorkomen (zie ook het kaderbericht ‘Geen risico’s nemen met gezondheid’ op de volgende pagina). Maar de praktijk ziet er anders uit.

Viespeuken

De bussen van EBS in Voorne Putten zijn nog maar een paar maanden oud, maar in de cabines ziet het er nu al niet meer uit. Koffievlekken, shagresten… Wat buschauffeur Henk van Eerden maar wil zeggen: niet alle collega’s nemen het even nauw met een schone, hygiënische werkplek. Dit geluid valt ook te horen bij andere busbedrijven op andere plekken in het land. Viespeuken heb je overal. Om daar verandering in te brengen kan helaas niet veel méér worden gedaan dan hen vriendelijk te verzoeken op het werk toch vooral niét te doen wat ze thuis ook niet zouden doen. Zoals naast het toilet plassen zonder op te ruimen, of zelfs – waar gebeurd – koffie tegen de muur gooien.

Los van deze viespeuken en daarmee los van de vraag of er sprake is van opzet of niet, geldt dat wat vuil is schoongemaakt moet worden. Dat dit laatste niet overal in voldoende mate gebeurt, heeft volgens Van Eerden voor een belangrijk deel met geld te maken. ‘De leiding van EBS luistert naar wat we als medezeggenschap aandragen, wil daar ook écht iets mee doen, het geld weet wel een rolletje.’

Wisselend beeld

Van Eerdens collega Agnes van den Broek, ook werkzaam bij EBS maar in het gebied Waterland, is binnen de ondernemingsraad lid van de vgwm-commissie die waakt over de onderwerpen veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu. ‘De schone werkplek is momenteel een belangrijk aandachtspunt omdat collega’s hebben geklaagd. Het beeld van de eindpuntvoorzieningen is wisselend. De toiletten zijn redelijk schoon – mede omdat de damestoiletten op slot zitten – maar de magnetrons en koffieautomaten zien er niet uit. Het onderhoud van deze laatste valt overigens niet onder het contract met het schoonmaakbedrijf, maar onder de eigenaar.’

De vgwm-commissie probeert de werkgever zover te krijgen dat een inhaalslag wordt gemaakt en de zaken in de toekomst beter worden geregeld. ‘De werkgever wil nog wel eens wijzen naar de chauffeurs als schuldigen, maar daar laten we ons niet mee afschepen. Waar we ons in vastbijten, laten we niet snel weer los.’

Zorgenkindje

Buschauffeur Gerard Borgelink zit bij zijn werkgever Keolis eveneens in de vgwm-commissie van de or. En net als bij EBS is ook bij Keolis de schone werkplek een zorgenkindje. ‘Het is én én’, zegt hij. ‘Als de hygiëne en het milieu goed zijn, is het welzijn ook goed. Klopt er bij één onderdeel iets niet, dan is het personeel de klos.’

Op initiatief van Borgelink heeft Keolis nu een preventiefunctionaris in dienst die zorgt draagt voor de rie, oftewel de risico-inventarisatie en –evaluatie. ‘Deze persoon zorgt voor een goede werkplek voor de medewerkers. Niet alleen wat betreft stoelen en bureaus, maar ook qua hygiëne. Speciaal aandachtspunt op dit moment is de buscabine. Daarbij kijken we ook naar zaken die de chauffeur moet aanraken, zoals het stuur en de bedieningsknoppen. Wanneer we zaken tegenkomen die niet deugen, zwengelen we dat aan via de medezeggenschap. Komen we er niet uit met de werkgever, dan schakelen we de bond in. De lijnen zijn kort, want ik zit in de medezeggenschap namens de bond en ben tevens lid van het bedrijfsafdelingsbestuur. Komen we er dan nog niet uit met de werkgever, dan zetten we er desgewenst een actie op.’ Dit laatste lijkt vooralsnog nog niet nodig. ‘Omdat we er bovenop zitten is er al veel verbeterd. De eindhaltes zien er een stuk schoner uit de eind haltes waarvoor de rijtijd lang is krijgen toiletten waarbij wij meedenken over de inrichting.

De aanschaf van hygiëneboxen voor de dames bijvoorbeeld. Die waren ze vergeten.’

De volgende uitdaging is het in beeld krijgen van de afspraken die met de schoonmaakbedrijven zijn gemaakt. ‘Als medezeggenschap hebben we recht op inzage in de contracten. Wat is afgesproken, wat zijn opdrachten? Op basis van onze bevindingen zullen we een inhaalslag voorstellen. Nieuwe instructies voor de schoonmakers en nieuwe of aanvullende afspraken met de schoonmaakbedrijven. Is de boel op papier goed geregeld maar blijkt dat niet in de praktijk, dan stellen we voor de schoonmaakbedrijven aansprakelijk te stellen omdat ze de afspraken niet nakomen. Het interesseert me eigenlijk niet hoe Keolis de boel oplost doet, als er maar verbeteringen komen.’

Verouderd

Gevraagd naar de minst schone werkplek moet chauffeur Maurits Voss van Connexxion in Zaandam als eerste denken aan de verouderde eindpuntvoorzieningen. ‘Lekkages, beschimmelde kitranden, geen zeep, geen toiletpapier en vieze magnetrons, koffieautomaten en koelkasten. Dit aankaarten is lastig want de schoonmakers werken volgens contract. Wil Connexxion meer, dan zal het bedrijf ook meer moeten betalen. Dat gebeurt niet, want er wordt bezuinigd. Op de schoonmaakmiddelen bijvoorbeeld. Die hebben we nu ook al niet meer.’

Nog zoiets: ‘Het rijdend materieel wordt schoongemaakt door mensen met een geestelijke handicap. Maar die mogen niet altijd met schoonmaakmiddelen werken. Hoe schoon wordt het dan? En wie is verantwoordelijk voor het laagje stof op het dashbord?’

Net als elders staat ook bij Connexxion vrijwel elke vergadering de schoonmaak op de agenda van de medezeggenschap. ‘Maar onze handen zijn gebonden. Wij zijn gebonden aan de manager die voor de schoonmaak verantwoordelijk is, en de manager is gebonden aan zijn budget dat almaar krimpt. Totdat het de spuigaten uitloopt natuurlijk. Zoals twee jaar geleden, toen het Parool schreef over vieze eindpuntvoorzieningen. Toen begonnen de hogere bazen zich ermee te bemoeien en was het probleem snel opgelost. Voor zolang als dat duurde, want op een gegeven moment leek iedereen het weer vergeten. De schone werkplek is al met al een onderwerp waar we constant op zullen moeten blijven hameren. Anders verdwijnt de aandacht er voor al snel weer naar de achtergrond.’

‘Het rijdend materieel wordt schoongemaakt door mensen met een geestelijke handicap. Maar die mogen niet altijd met schoonmaakmiddelen werken. Hoe schoon wordt het dan? En wie is verantwoordelijk voor het laagje stof op het dashbord?’

‘Geen risico’s nemen met gezondheid’

Artikel 3 van de Arbowet schrijft voor dat werkgevers verplicht zijn hun werknemers een veilige en gezonde werkplek aan te dienen. Lukt dat niet op eigen kracht, dan kan de werkgever een arbeidshygiënist inschakelen.

‘De werkplek is naast de woning doorgaans de plek waar mensen de meeste tijd doorbrengen’, vertelt Seema Kanhai, beleidsadviseur Veilig & Gezond Werk bij de FNV. ‘Het is dus belangrijk dat die plek schoon is en er geen bacteriën en virussen rondzwerven waar je ziek van wordt.’ Kanhai voorziet in de sector Streekvervoer geen levensbedreigende situaties, maar al te gemakkelijk wil ze nu ook weer niet doen over een niet schone werkplek. ‘Risico’s nemen met de gezondheid van mensen is not done’, beklemtoont ze. ‘Een niet hygiënische werkplek kan werknemers werkelijk ziek maken. Goed schoonmaken voorkomt dus ziekteverzuim en betaalt zichzelf min of meer terug omdat er wordt bespaard op het verzuim. De werknemers zelf worden er ook gelukkiger van. Ze zijn minder vaak ziek en hoeven ook niet in vieze omstandigheden te werken.’ Als een busbedrijf onvoldoende aandacht heeft voor een schone werkplek, dan is er een rol weggelegd voor de ondernemingsraad. Kanhai: ‘De or heeft volgens de Wet op de Ondernemingsraden instemmingsrecht op het arbeidsomstandighedenbeleid. Een schone werkplek valt ook onder de arbeidsomstandigheden. Daarnaast heeft de or ook stimuleringsrecht waarmee de werkgever tot bewegen kan worden verleid. Ook heeft de or informatierecht, om informatie rond de ontstane situatie te verzamelen. En initiatiefrecht, om eventueel zelf het voortouw voor verbeteringen te nemen.’

Wat kunnen werknemers eigenlijk zelf doen? ‘In ieder geval zorgen dat ze hun werkplek schoon houden’, zegt Kanhai. ‘Of collega’s aanspreken die het op dit vlak niet zo nauw nemen. Voorts doen ze er goed aan onhygiënische omstandigheden te melden bij hun werkgever. Doet die hier niets mee, dan is het slim om een breder front te vormen, samen met collega’s, de ondernemingsraad en de vakbond. Dus gezamenlijk sterk worden. Dat levert de beste resultaten op.’