Buschauffeurs kritisch
over pensioenakkoord

Jolien de Graaf Bierbrauwer

Onder kaderleden van FNV Streekvervoer overheerst een gevoel van onvrede over het pensioenakkoord, zo leert een kleine rondgang. Maar hun vakbondslidmaatschap opzeggen als daad van verzet vinden ze geen optie.

Sooi van Weegberg, buschauffeur bij Arriva in Tilburg en tweede voorzitter van de Subsectorraad Streekvervoer, verwoordt in een notendop gevoelens die breder leven. ‘Het pensioenakkoord is kwalitatief uitermate teleurstellend. Het is veel te vaag en bevat nog te veel losse eindjes. Daar hebben we niet voor gestaakt! Niettemin kan ik me voorstellen dat FNV-leden werkzaam in minder activistische sector wél voor dit akkoord hebben gestemd. Zij zijn het gewend dat anderen voor hen beslissen, omdat ze zelf niet in actie durven of kunnen komen.’

‘Teleurstellend’ is ook het woord dat Connexxion-chuaffeur en eerste voorzitter van de subsectorraad Jack d’Hooghe gebruikt. ‘Temeer omdat de FNV het beeld heeft geschetst van “66 is het en 66 blijft het”. Dat schept verwachtingen. We hebben zelfs met buttons van de bond rondgelopen met daarop het getal 66. Maar nu blijkt het ineens 66 jaar en 4 maanden te zijn geworden, en dat slechts voor de komende twee jaar. Daarna gaat de pensioenleeftijd weer omhoog.’

Anders dan Van Weegberg vindt d’Hooghe dat de stakingen los staan van zijn oordeel over de inhoud van het akkoord. ‘We heb geen actie voor onszelf gevoerd. We vinden dat iedereen gezond met pensioen moet kunnen, en zijn niet te beroerd om daarvoor onze nek uit te steken.’

Sooi van Weegberg

Niet op gehoopt

‘Als je negen jaar je best doet voor een goed akkoord, dan is dit niet de uitkomst waarop je van tevoren had gehoopt’, vertelt Jolien de Graaf Bierbrauwer (EBS Waterland en secretaris van de subsectorraad) desgevraagd. ‘En ik verwacht niet dat al die open eindjes binnen twee jaar zijn opgelost op een manier die mij bevalt. Temeer omdat onze bazen niet echt inschikkelijk zijn. Alles verhardt.’

‘Te veel los zand’, oordeel Dirk van Leeuwen (RET-streek Rotterdam) over het pensioenakkoord. De enige zekerheid die hij heeft is dat hij een jaar eerder met pensioen mag dan aanvankelijk kon: met 67 in plaats van 68. ‘Maar ik vind het nog te weinig. Ik zie te veel mensen om me heen omvallen, nog vóór hun pensioen. Ik ben dit jaar al acht collega’s in de leeftijd van 56 tot 63 jaar verloren. Dat vind ik zorgwekkend.’

‘Ik mag vier maanden eerder met pensioen dan ik aanvankelijk zou mogen; wat een winst!’, zegt Tijs de Vries (Qbuzz Dordrecht en lid van de Sectorraad Vervoer) met een flinke portie cynisme. ‘En voor aanvullende cao-afspraken over eerder stoppen met werken is simpelweg geen geld. Dus mijn oordeel: een prutakkoord!’

Wat is reëel?

Toch is hun kritiek voor deze kaderleden geen reden om hun vakbondslidmaatschap op te zeggen. ‘Simpelweg omdat ik zelf geen cao kan afsluiten’, zegt De Vries. ‘En alternatieve vakbondjes zijn ook geen optie, want die zorgen alleen maar voor meer versnippering.’

Ook Van Leeuwen is stellig: ‘Mensen moéten georganiseerd zijn. Met elkaar bereik je meer dan alleen. Bovendien: er is democratisch over het pensioenakkoord gestemd, en nu moeten we verder. We moeten naar de toekomst kijken en niet blijven hangen in negativiteit.’

De Graaf Bierbrauwer is vakbondslid, zegt ze, ‘uit idealisme. Ik heb een vakbondshart en dat blijft zo. Ik zeg bovendien ook niet dat ik zelf een beter pensioenakkoord had kunnen afsluiten.’

d’Hooghe noemt de vakbond de rug toekeren ‘de gemakkelijkste weg. Ik ben dan ook niet van het weglopen, maar van opkomen voor je rechten en het daarbij behorende geluid van onderaf laten horen.’

Van Weegberg tenslotte denkt nog altijd dat zijn vakbondslidmaatschap het enig middel is om tegenkracht te vormen tegen de werkgevers. ‘Maar we hebben onderling als vakbondskader wel afgesproken dat we bij landelijke thema’s ons voorlopig niet meer voor het karretje laten spannen van de FNV. Daar gaan we dus niet meer voor staken. Zaken die wij als FNV Streekvervoer geregeld willen hebben, regelen we binnen onze eigen cao.’


Zie ook de interviews met Tuur Elzinga (p4) en Brigitta Paas (p5).