Grote enquête brengt
werkdruk in beeld

FNV Streekvervoer houdt deze maand (september) een grote werkdrukenquête onder de leden. ‘Hoe groter de respons, hoe beter de analyse, en hoe meer maatwerk we kunnen leveren bij het oplossen van de werkdruk.’

Brigitta Paas kondigde het al aan in een van haar eerste interviews als de nieuwe eerste onderhandelaar van FNV Streekvervoer: de werkdruk wordt hét hoofdthema bij de cao-onderhandelingen die begin volgend jaar starten. Ze wil een definitief einde aan de storende dwarsliggerij van de werkgevers bij het maken van goede afspraken over het terugdringen van die werkdruk.

De cao spreekt van “een reële mogelijkheid voor een sanitaire stop”. Paas vindt het ‘stuitend om te zien dat de werkgevers hierover alleen maar afspraken willen maken die inhoudelijk niets voorstellen en die hun personeel gillend gek maken. Wat begon als een strijd voor vermindering van de werkdruk, is uitgedraaid op een loopgravenoorlog over het moment en de duur van een plaspauze. Toegegeven, de bond is hier zelf mede debet aan. Onze actie waarmee we met Dixies achter bussen aanreden heeft mogelijk de verkeerde toon gezet. Werkdruk en plaspauze werden synoniem, waarna niet langer de aanpak van de werkdruk, maar de invulling van de plaspauze prioriteit werd.’

De FNV-bestuurder wil in de discussie terug naar waar het werkelijk om draait: de aanpak van de werkdruk. ‘Dan hebben we het ook over onderwerpen als een generatiepact en een andere manier van plannen: leeftijdsbewust en ergonomisch, zodat buschauffeurs het met plezier lang kunnen volhouden in hun werk. Dat zijn afspraken die eveneens keihard nodig zijn. Laten we bij het komende cao-overleg daarom in ieder geval de les toepassen die we van de plaspauze hebben geleerd. Dus nu wél duidelijke afspraken, duidelijk benoemde cijfers en aantallen en duidelijke begin- en einddata. Zodat we daarover in ieder geval géén discussie meer hoeven te voeren met de werkgevers.’

Maatwerk

Het gedoe rond de plaspauze draait allemaal om de volgende zin, die te vinden is in bijlage 35 van de cao: “Iedere chauffeursdienst bevat uiterlijk na 2,5 uur een reële mogelijkheid voor een sanitaire stop.” Dat lijkt op het eerste gezicht duidelijk, maar wat is “reëel” en waaruit bestaat die “mogelijkheid”?

Paas over deze gewraakte passage: ‘Het doel ervan was maatwerk te kunnen leveren, omdat situaties regionaal kunnen verschillen. Op de ene locatie moet de chauffeur een tijdje lopen om bij een toilet te komen, terwijl hij of zij op de andere locatie bij wijze van spreken zo vanuit de bus het toilet in kan stappen. Vandaar dat we ook geen landelijke regeling hebben afgesproken.’

Om écht goede maatwerkafspraken te kunnen maken is volgens Paas vooral realiteit nodig. Met bijbehorende professionele rijtijdmetingen bijvoorbeeld, en gedegen inventarisaties van waar de druk nu werkelijk ligt. Dat levert volgens haar meer op dan iedereen in het hele land op een zelfde moment een zelfde aantal minuten voor toiletbezoek geven.

Enquête

Om goed voorbereid aan de cao-tafel te kunnen verschijnen, houdt FNV Streekvervoer momenteel een grote werkdrukenquête onder de leden. Deze is opgesteld en wordt uitgevoerd door Linxx, een adviesbureau dat gespecialiseerd is in arbeidsverhoudingen en werkplezier. ‘De enquête bevat voornamelijk standaardvragen over werkdruk’, vertelt Robin Colard van Linxx. ‘Maar het uitvoeren van de enquête is slechts een eerste stap. Daarna werken we de gegevens uit per concessie, per leeftijdsgroep en per functie. Om het beeld aan te scherpen, gaan we in november met alle bedrijfsafdelingsbesturen in gesprek over de uitkomsten en de mogelijke verschillen. Want alleen zó kunnen we een gedragen advies aan de bond uitbrengen over oplossingen die zowel de sector als de individuele medewerkers écht verder helpen. Dat advies moet er voor het einde van dit jaar liggen.’

Colard spreekt van ‘een gezamenlijke zoektocht met de werknemers naar oplossingen en ideeën’. Hij roept de leden van FNV Streekvervoer dan ook op om de enquête massaal in te vullen. ‘Hoe groter de respons, hoe beter de analyse, en hoe meer maatwerk we kunnen leveren bij het oplossen van de werkdruk.’