Werkdruk groot probleem voor buschauffeur

FNV Streekvervoer gaat de strijd aan tegen de werkdruk in het openbaar vervoer. De bond stuurt aan op een aanpak die de buschauffeurs ook werkelijk in de praktijk gaan terugzien. Want nu nog wordt één op de vijf écht ziek van werkdruk.

Robin Colard: ‘Mensen willen hun werk nu eenmaal goed doen.’

Druk ondervinden in het werk is prima. Iedereen die het weten kan is het daarover inmiddels wel eens. Druk zorgt ervoor dat mensen goed presteren. Maar dan moet wel aan enkele bijbehorende randvoorwaarden worden voldaan. De werknemer moet kunnen voldoen aan de taakeisen. Hij heeft eigen regelmogelijkheden, een bepaalde mate van autonomie en ondervindt steun van collega’s. Ook de stijl van leidinggeven van de managers moet voelen als een steuntje in de rug.

Leg dit plaatje nu eens op de hedendaagse buschauffeur. We kunnen er van uit gaan dat die zonder meer kan voldoen aan de taakeisen en geen moeite heeft met de werkinhoud. Maar regelmogelijkheden en autonomie zijn er tegenwoordig nog nauwelijks. De chauffeur krijgt te horen waar hij op welk moment behoort te zijn, tot op de minuut nauwkeurig. De opstelling van de leidinggevenden voelt ook al lang niet meer als dat o zo nodige steuntje in de rug. Eerder het tegendeel.

Wanneer we dit alles bij elkaar optellen, dan wordt druk opeens werkdruk. En werkdruk veroorzaakt stress. En van langdurige stress worden mensen ziek. En het gevolg van dit laatste is ziekteverzuim. Het is allemaal en-en: van het één komt het ander.


Vooral jongeren

FNV Streekvervoer heeft onderzoeks- en adviesbureau Linxx een grote werkdrukenquête laten uitvoeren. De uitkomsten daarvan zijn nu bekend. Wat blijkt? Ja, buschauffeurs ervaren veel werkdruk. Eenderde van de chauffeurs voelde het afgelopen jaar vaak tot altijd werkdruk. Een kwart verwacht dat dit ook in de toekomst zo zal blijven. En één op de vijf chauffeurs lijdt onder chronische ziekteverschijnselen als gevolg van ongezonde werkdruk. Te denken valt hierbij onder meer aan vaak ziek zijn, depressiviteit en burn-out.

FNV Streekvervoer heeft onderzoeks- en adviesbureau Linxx een grote werkdrukenquête laten uitvoeren. De uitkomsten daarvan zijn nu bekend. Wat blijkt? Ja, buschauffeurs ervaren veel werkdruk. Eenderde van de chauffeurs voelde het afgelopen jaar vaak tot altijd werkdruk. Een kwart verwacht dat dit ook in de toekomst zo zal blijven. En één op de vijf chauffeurs lijdt onder chronische ziekteverschijnselen als gevolg van ongezonde werkdruk. Te denken valt hierbij onder meer aan vaak ziek zijn, depressiviteit en burn-out.

Opvallend is dat vooral buschauffeurs tot 50 jaar oud lijden onder alle druk. ‘Dat hadden we niet verwacht’, erkent Robin Colard van Linxx. ‘Je kijkt bij dit soort kwesties bijna automatisch vooral naar de ouderen. Zeker in een sector als deze met een hoge gemiddelde leeftijd.’

De stress die wordt ervaren, is niet alleen slecht voor de werknemers (ziekte) en het bedrijf (ziekteverzuim), maar ook voor de kwaliteit van het busvervoer. Colard: ‘Door de strakke rijtijden voelen de medewerkers zich voor het blok gezet. Om geen vertraging op te lopen gaan ze harder rijden, nemen wat vaker een oranje stoplicht mee, en slaan soms ook wel eens een halte over omdat de bus zogenaamd “vol” is. Dat is een ontwikkeling die denk ik niemand wil.’

Inmiddels denkt vrijwel iedereen bij werkdruk in het openbaar vervoer aan de zogenoemde plaspauze: chauffeurs hebben onvoldoende tijd om tussen de diensten door naar het toilet te gaan. Maar er zijn meer oorzaken van werkdruk, zo toont ook de enquête aan. Spanningen op het werk bijvoorbeeld. Spanningen tussen collega’s onderling, spanningen tussen medewerkers en leidinggevenden, maar ook spanningen tussen chauffeurs en reizigers als gevolg van agressiviteit.

‘Hiernaast is werkdruk ook een gevolg van zelfdruk’, aldus Colard. ‘Mensen willen hun werk nu eenmaal goed doen. Het onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat maar liefst een derde van de chauffeurs onvoldoende tijd neemt om te herstellen van een ziekte. Ze gaan te snel weer aan het werk. Dit omdat de baas ze vraagt wanneer ze weer komen werken, maar ook omdat ze zelf vinden dat ze maar weer aan de slag moeten terwijl hun lichaam daar nog niet klaar voor is.’


Verschillen per concessie

Het Linxx-onderzoek toont wel verschillen aan per concessie. Dat heeft volgens Colard alles te maken met de stijl van leidinggeven, die er voor zorgt dat medewerkers hun werk wel of niet goed kunnen doen.

Peter van Veen, buschauffeur in Voorne-Putten en kaderlid van FNV Streekvervoer kan hier over meepraten. ‘Onze concessie is onlangs overgegaan van Connexxion naar EBS. Wat een verademing! EBS is veel socialer. We hebben nu veel meer lucht in de diensten, rijblokken van vier uur zoals bij Connexxion komen niet meer voor en iedere Bijlage 35-dienst heeft zeven minuten pauze. Hiermee zijn wij een van de weinige concessiegebieden waar de medezeggenschap en de bedrijfsleiding Bijlage 35 van de cao in goed overleg samen hebben ingevuld.’

Van Veen verwijst naar de inmiddels beruchte bijlage van de cao waarin het volgende is vastgelegd: “Iedere chauffeursdienst bevat uiterlijk na 2,5 uur een reële mogelijkheid voor een sanitaire stop”. Dat lijkt op het eerste gezicht duidelijk, maar wat is “reëel” en waaruit bestaat die “mogelijkheid”? Doel van deze afspraak was regionaal maatwerk kunnen leveren, omdat de situaties nu eenmaal verschillen. Maar het overleg hierover ontaardde in heel veel gebieden in een gevecht tussen de medezeggenschapsleden en hun directeur.

Zo niet dus in Voorne-Putten. ‘Althans niet met deze nieuwe directeur. Wat dat betreft zijn wij van de hel in de hemel gekomen.’

Van dit laatste kan Jolien de Graaf Bierbrauwer, een directe EBS-collega van Van Veen maar dan in Waterland, alleen maar dromen. Daar moest de rechter tot twee keer toe komen opdraven. ‘We hebben alles gemeten, tot op de seconde, en de situatie blijkt op elke halteplaats anders’, vertelt ze. ‘Maar EBS heeft gewoon anderhalve minuut pauze op alle halteplaatsen ingevoerd. Zonder dat hierover overeenstemming was met de dienstroostercommissie.’

‘In Limburg is de situatie vrij aardig geregeld, maar toch blijft het een gedrocht van een afspraak’, oordeelt Giel Linke, buschauffeur bij Arriva over Bijlage 35. Hij vertelt ook uitgebreid over de situatie bij collega’s in diverse vestigingen in Brabant, met oplopende maar blijvend ingehouden woede. Zijn verhaal kort: ook hier rechtszaken.

Werkgevers tevreden

Inmiddels hebben de sociale partners (werkgevers en bonden) de stand van zaken rond Bijlage 35 geëvalueerd. ‘De uitkomst is weinig verrassend’, vertelt FNV-kaderlid Jack d’Hooghe. ‘De werkgevers zijn tevreden en de vakbonden niet. De werkgevers denken dat de problemen die er nog liggen zich in 2020 vanzelf oplossen. Wij denken van niet en willen nieuwe, betere afspraken over terugdringing van de werkdruk.’

Behalve in Voorne-Putten zijn de partijen ook bij Connexxion en bij RET er in geslaagd onderling tot afspraken te komen. ‘Elders in het land is niets geregeld of zijn minimale afspraken gemaakt’, aldus d’Hooghe. ‘Bovendien is het pijnlijk om te zien hoeveel rechtszaken er zijn gevoerd. Zonder dat de kwestie daarmee is opgelost.’

Conclusie van d’Hooghe: ‘We moeten hier iets tegenover stellen. Dat kunnen we doen in de nieuwe cao waarover de onderhandelingen in februari beginnen. We willen bovendien bredere afspraken over werkdruk dan alleen over de plaspauze. De uitkomsten van het Linxx-onderzoek zullen we gebruiken als input voor dat overleg.’