Speuren naar veilige / kleine / elektrische bus

De Werkgroep Buscabine van FNV Streekvervoer heeft ook dit jaar weer een bezoek gebracht aan de vakbeurs Busworld. Op zoek naar een nóg betere werkplek voor de buschauffeur.

Vooropgesteld: we noemen in dit artikel géén merknamen. Dat maakt het wel zo gemakkelijk om te kunnen berichten over de nieuwste ontwikkelingen op busgebied, zónder daar een waardeoordeel bij te willen geven en zónder daar onbedoeld busfabrikanten mee te bevoordelen of benadelen.

Aldus kunnen we met een gerust hart stellen dat de leden van de Werkgroep Buscabine van FNV Streekvervoer op de vakbeurs Busworld maar één producent zijn tegengekomen die volgens hen werkelijk de waarheid spreekt over de actieradius van zijn elektrische bus. Die is minder dan wat de meeste anderen claimen. En we kunnen hier ook zeggen dat de betreffende FNV-kaderleden sympathie hebben opgevat voor één specifieke kleinbus – bovendien 100 procent elektrisch leverbaar – zonder de andere merken hierbij tekort te willen doen.

Dé beurs

Busworld is dé beurs voor alles en iedereen die te maken heeft met personenvervoer over de weg, behalve taxi. Alle grote busfabrikanten en hun toeleveranciers zijn vertegenwoordigd om de nieuwste ontwikkelingen te laten zien rond hun stads- en streekbussen, tourbussen en kleinbussen. Vooral deze laatste categorie is de laatste jaren sterk in opkomst.

Leden van de Werkgroep Buscabine bezochten uiteraard ook nu weer de beurs. Ze reisden met een delegatie van vijf personen af naar Brussel. Terplekke splitste de groep zich in tweeën om beide groepjes hun eigen opdrachten uit te laten voeren. Zo keek één groepje naar onder meer innovaties op het gebied van elektrisch rijden, en keek het andere groepje naar de laatste ontwikkelingen rond kleinbussen. Wat waren hun bevindingen?

Elektrisch

‘Elektrische bussen voerden de boventoon op de beurs’, constateert Dave Aalbers (chauffeur bij Arriva). ‘Ze hebben bovendien een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. Maar de actieradius blijft een punt: hoe ver komen ze werkelijk? Dat is belangrijk om te weten, want er moet om de zoveel tijd opgeladen worden. In de stad is dat niet zo’n probleem, maar in het buitengebied met lange lijnen speelt dat veel meer. Daar lijkt diesel het nog altijd te winnen van elektrisch. Dat is helemaal het geval in de touringcarsector.

Aalbers heeft een technische achtergrond en is van nature sterk geïnteresseerd in alles wat met techniek te maken heeft. Dat is zijn werkgever ook niet onopgemerkt gebleven. Die heeft hem gevraagd “het elektrisch project” bij Arriva (de overschakeling naar meer elektrische bussen) te trekken.

Als lid van de Werkgroep Buscabine heeft hij een andere opdracht: hoe veilig zijn elektrische bussen voor de chauffeur en hun passagiers? Bijvoorbeeld: hoe zit het met de elektromagnetische straling onder het accupakket op het dak? Of wat gebeurt er met de straling als de bus aan een snellader ligt? Aalbers: ‘Daarover praten we met de fabrikanten. Met de vier grootste fabrikanten hebben we afgesproken dat we in overleg blijven over de verdere ontwikkelingen.’

Advies over veiligheid

De werkgroep onderzoekt niet alleen de veiligheid van de buscabine als werkplek, maar adviseert daar ook over. Met succes, zo moet gezegd worden. Al sinds 2005 (!). Doel is niet zozeer zelf met oplossingen te komen, maar samen met deskundigen de knelpunten in beeld te brengen en busfabrikanten hiermee te confronteren. Wat ooit begon met de drie s’en – stuur, stoel en spiegel – breidde daarna al snel uit naar geluid, trillingen, botsveiligheid en meer. Inmiddels is de werkgroep op de busmarkt een speler van betekenis.

‘We hebben er voor gezorgd dat in de ov-cao is opgenomen dat nieuwe bussen minimaal moeten voldoen aan de Nederlandse NEN-, de Duitse VDV- of de internationale ISO-norm’, vertelt werkgroepslid Ab Vendrig, chauffeur bij EBS. ‘Daar hebben de Nederlandse busvervoerders zich aan te houden. Het is vervolgens aan de medezeggenschap om bij een adviesaanvraag over de aanschaf van nieuwe bussen te checken of deze voldoen aan de eisen.’

Vendrig was ook aanwezig in Brussel. Hij keek met name naar veiligheid in de meer algemene zin van het woord. Enkele van zijn bevindingen: ‘Op het gebied van botsveiligheid is weinig veranderd; men voldoet aan de eisen en dat is het. De fabrikanten willen wel meer, maar een concept aanpassen kost geld en dus gebeurt het niet. Hoewel ik één positieve uitzondering heb gezien. Namelijk een fabrikant die de stalen balk onder de voorruit in de breedte doortrekt, zodat de benen van de chauffeur beter beschermd zijn. Verder heb ik een nieuwe remdetector gezien, en een lampje dat gaat knipperen als er een fietser naast de bus rijdt. In het algemeen viel het me op dat de werkplek steeds meer verbetert: ruimere stoelen, camera’s in plaats van spiegels en meer van dat soort dingen.’

Kleinbus

Nieuw in het “takenpakket” van de werkgroep is de zogenoemde kleinbus. Deze bus met een lengte tot zo’n tien meter wordt steeds meer gevraagd door aanbestedende overheden. ‘Probleem is alleen dat er nog geen geformaliseerde normering voor deze bussen is’, aldus Jack d’Hooghe (Connexxion). ‘Onze werkgroep heeft al een hele tijd een concept-afspraak gereed. Deze moet alleen nog door de cao-partijen worden vastgesteld. De basis van de normering van de kleinbus is gelijkwaardig aan de reguliere bus, maar er gelden wat andere uitgangspunten omdat de afmetingen in de kleinbus beperkter zijn. De uitgangspunten zijn echter wel met een ergonoom vastgesteld.’

D’Hooghe heeft in Brussel prachtige kleinbussen gezien, vertelt hij. ‘Niet zoals de aangepaste bestelbussen met een neus, die je nu nog veel ziet, maar echte bussen. Hetzelfde als de bestaande streekbussen met een platte voorkant, maar dan kleiner. Daarvan zijn er nu ook volledig elektrische exemplaren.’

Hij heeft met één fabrikant afgesproken dat de werkgroep betrokken gaat worden bij de ergonomische invulling van deze kleinbus en dat die normering vervolgens óók in de ov-cao zal worden opgenomen. Dat gebeurt zoals gebruikelijk in nauw overleg met het Sectorinstituut Transport en Logistiek, die als deskundige partij meekijkt.

‘Het was weer een uitermate leerzame dag’, vat d’Hooghe de ervaringen van de werkgroepsleden samen. ‘We hebben de nieuwste ontwikkelingen voorbij zien komen en hebben de nodige contacten onderhouden om mee te kunnen denken in de ergonomische werkplek waarvoor onze bazen verantwoordelijk zijn.’